Omgaan met lastige deelnemers in een training

Door Growsult · Trainingsexpert · 2024-10-25 · 10 min leestijd

Elke trainer kent ze: de deelnemer die alles beter weet, degene die de hele tijd op zijn telefoon zit, of de cynicus die bij elke oefening zucht. Hoe ga je daarmee om zonder het groepsproces te verstoren?

Key takeaways

Je staat voor de groep en je merkt dat een deelnemer achterin met zijn armen over elkaar zit en af en toe ostentatief zucht. Een andere deelnemer neemt bij elke vraag het woord en laat niemand anders aan het woord komen. En een derde is constant bezig op zijn laptop en doet niet mee aan de oefeningen.

Als je net begint als trainer is dit je ergste nachtmerrie. Maar ook ervaren trainers lopen hier tegenaan. Het goede nieuws: de meeste lastige situaties zijn met een paar basisprincipes goed te hanteren.

De belangrijkste basisregel

Wat je ook doet: behoud de relatie. Zodra een deelnemer zich aangevallen, betrapt of beschaamd voelt, heb je een groter probleem dan het oorspronkelijke gedrag. Alles wat je doet moet gericht zijn op het gedrag aanpakken zonder de persoon af te wijzen.

Tweede basisregel: lastig gedrag is bijna nooit persoonlijk gericht op jou als trainer. Het is een uiting van iets anders: onzekerheid, desinteresse, een slecht moment, of het gevoel er niet vrijwillig te zitten. Probeer dat te begrijpen voordat je reageert.

De 5 meest voorkomende typen

1. De prater

Neemt bij elke vraag het woord, onderbreekt anderen en vertelt lange verhalen. Vaak niet met kwade bedoelingen, maar omdat hij enthousiast is of graag gehoord wordt.

Wat werkt: Erken zijn inbreng ("Dank je, goed punt") en stuur dan door: "Ik ben benieuwd hoe de rest hierover denkt. Wie wil er reageren?" Je kunt ook werkvormen inzetten die iedereen aan het woord laten, zoals rondjes of tweetalgesprekken.

2. De cynicus

Zucht bij oefeningen, maakt sarcastische opmerkingen en twijfelt openlijk aan de zin van de training. Vaak zit hier onzekerheid of een slechte ervaring met trainingen achter.

Wat werkt: Ga niet in de verdediging. Erken de mening: "Ik merk dat je er anders tegenaan kijkt. Wat is jouw ervaring?" Vaak wil de cynicus gewoon serieus genomen worden. Betrek hem bij het gesprek in plaats van hem buiten te sluiten. Als het aanhoudt, neem hem in de pauze even apart: "Ik merk dat je niet helemaal mee bent. Wat heb je nodig om er meer uit te halen?"

3. De stille

Zegt niets, doet wel mee maar levert geen actieve bijdrage. Kan duiden op introversie, onzekerheid of desinteresse.

Wat werkt: Dwing niet plenair een antwoord af, want dat versterkt de onzekerheid. Gebruik werkvormen waar de drempel laag is: post-its schrijven, tweetalgesprekken, of een individuele reflectieopdracht. Je kunt in de pauze even polsen hoe het gaat: "Hoe ervaar je de training tot nu toe? Ik wil er zeker van zijn dat het voor jou ook nuttig is."

4. De weter

Heeft overal al ervaring mee en laat dat merken. "Ja, dat weet ik al" of "Bij ons doen we dat anders." Soms heeft hij inderdaad veel kennis, soms is het een manier om status te claimen.

Wat werkt: Gebruik zijn expertise. "Je hebt er duidelijk ervaring mee. Wil je met de groep delen hoe jullie dat aanpakken?" Dat geeft hem erkenning en levert de groep iets op. Tegelijkertijd kun je hem uitdagen: "En waar loop je dan tegenaan?" Vaak blijkt er nog genoeg ruimte voor ontwikkeling te zijn.

5. De afhaker

Zit op zijn telefoon, doet niet mee aan oefeningen of checkt uit na de lunch. Er is geen betrokkenheid.

Wat werkt: Begin met de groep. Stel aan het begin van de dag samen spelregels op: telefoons weg, actief meedoen. Als het toch gebeurt, spreek het rustig aan in de pauze, niet plenair. "Ik merk dat je er even niet bij bent. Is er iets aan de hand of kan ik iets anders doen?"

Lastige deelnemers voorkomen begint bij een goed ontwerp. Lees hoe je een training ontwerpen die blijft hangen.

Voorkomen is beter

De meeste lastige situaties kun je voorkomen. Een goede opening waarin je de verwachtingen uitspreekt, afwisselende werkvormen die iedereen betrekken, en een veilige sfeer waarin mensen durven te zeggen als ze er niet uitkomen. Als de basis goed is, heb je veel minder last van lastig gedrag.

Het spectrum van lastig gedrag

Niet al het lastige gedrag is hetzelfde. Er is een spectrum van 'onhandig maar onschuldig' tot 'bewust ondermijnend'. Je aanpak moet passen bij de situatie:

Preventie: 80% van de problemen voorkomen

De meeste problemen met deelnemers zijn het gevolg van slechte voorbereiding, niet van slechte deelnemers. Met goede preventie voorkom je 80% van de lastige situaties.

1. Ken je deelnemers

Doe een intake. Wie komt er? Wat is hun achtergrond? Zijn er conflicten in het team? Is iemand verplicht gestuurd? Hoe meer je weet, hoe beter je kunt anticiperen.

De krachtigste techniek bij lastige deelnemers? Écht luisteren. Ontdek waarom actief luisteren zo moeilijk is.

2. Stel verwachtingen

Begin de training met een contract. 'Wat hebben we van elkaar nodig om er een goede dag van te maken?' Laat de groep zelf de spelregels formuleren. Wat zij zelf hebben bedacht, houden ze eerder na.

3. Maak het relevant

De primaire oorzaak van weerstand is irrelevantie. 'Wat heb ik hieraan?' Als de deelnemer ziet hoe de training bijdraagt aan zijn of haar dagelijkse werk, daalt de weerstand dramatisch. Gebruik dus cases en voorbeelden uit hún praktijk, niet uit een textboek.

Interventietechnieken per type gedrag

De dominante prater

Erken eerst: 'Dank je, [naam], goed punt.' Richt dan naar de groep: 'Ik ben benieuwd hoe anderen hierover denken.' Je kunt ook structuur inzetten: 'We doen een rondje, iedereen één zin.' Of werk in subgroepen, waardoor één persoon niet de hele groep kan domineren.

De stille deelnemer

Als trainer heb je een hoge EQ nodig. Lees waarom emotionele intelligentie er meer toe doet dan IQ.

Niet iedereen die stil is, is ongeïnteresseerd. Sommige mensen observeren eerst en spreken later. Nodig uit zonder druk: 'Ik ben benieuwd naar jouw perspectief, [naam].' Of gebruik schriftelijke werkvormen: post-its, individuele reflectie, anonieme input. Niet iedereen komt tot zijn recht in groepsdiscussies.

De cynicus

Cynisme is vaak teleurstelling in vermomming. Iemand die zegt 'Dit werkt toch niet in de praktijk' heeft misschien ervaring met mislukte verandertrajecten. Erken de ervaring: 'Je hebt gelijk dat niet alles altijd werkt. Wat zou er nodig zijn om het wel te laten werken?' Hiermee verschuif je van weerstand naar constructiviteit.

De verplichte deelnemer

Weerstand die voortkomt uit verplichting is de lastigste. Erken het eerlijk: 'Ik snap dat niet iedereen hier uit vrije wil zit. Ik kan niet veranderen dat je er bent, maar ik kan wel zorgen dat je er iets nuttigs uithaalt. Deal?' Deze eerlijkheid ontmijnt vaak de spanning.

De belangrijkste interventie: je eigen mindset

Het verschil tussen een trainer die worstelt met lastige deelnemers en een trainer die er goed mee omgaat, zit niet in technieken maar in mindset. Stop met het woord 'lastig'. Kijk naar het gedrag, niet naar de persoon. Stel jezelf de vraag: 'Wat vertelt dit gedrag mij? Wat heeft deze deelnemer nodig?'

Elke weerstand is informatie. Niet over de deelnemer, maar over de situatie. Als meerdere deelnemers afhaken, ligt het niet aan hen, dan is er iets mis met de training, het tempo, de relevantie of het veiligheidsniveau.

Lastig gedrag is vaak een signaal van onveiligheid. Lees over psychologische veiligheid en waarom mensen hun mond houden.

Interventies op groepsniveau

Niet al het lastige gedrag is individueel. Soms zit het hele team in weerstand. De energie is laag, de opmerkingen cynisch, de deelname minimaal. Dit vraagt om een interventie op groepsniveau.

De meest effectieve groepsinterventie: benoem wat je ziet. 'Ik merk dat de energie heel laag is. Ik ben benieuwd: waar komt dat vandaan? Wat hebben jullie nodig?' Door het olifantje in de kamer te benoemen, doorbreek je het patroon. Vaak volgt er een eerlijk gesprek dat de basis legt voor een productievere rest van de dag.

Andere opties:

Het belang van een goede co-trainer

Bij groepen groter dan 12 personen, of bij groepen met verwachte weerstand, is een co-trainer geen luxe maar een noodzaak. Een co-trainer observeert de groepsdynamiek terwijl jij faciliteert, signaleert wat jij niet ziet, en kan individueel met lastige deelnemers in gesprek tijdens een oefening.

Het debriefing-moment na de training met je co-trainer is goud waard. 'Wat zag jij dat ik niet zag?' 'Hoe reageerde de groep op mijn interventie bij [naam]?' 'Wat zou je volgende keer anders doen?' Dit is waar je als trainer het snelst van leert.

Onthoud: er bestaan geen lastige deelnemers, er bestaat lastig gedrag in een bepaalde context. Verander de context, het format, de relevantie, de veiligheid, de energie, en het gedrag verandert mee. Een goede trainer stelt zichzelf niet de vraag 'Hoe krijg ik deze persoon stil?' maar 'Wat vertelt dit gedrag me over wat deze groep nodig heeft?'

Veelgestelde vragen

Wat als een deelnemer echt niet wil?

Soms is iemand door zijn leidinggevende gestuurd en heeft hij zelf geen motivatie. In dat geval kun je in de pauze een eerlijk gesprek voeren: "Hoe is het voor je om hier te zijn? Ik merk dat het niet helemaal aansluit. Wat zou het voor jou waardevoller maken?" Soms helpt die erkenning al.

Moet ik lastig gedrag altijd bespreken?

Niet altijd. Een opmerking die verder geen effect heeft op de groep kun je laten gaan. Maar als het gedrag de sfeer of het leerproces van anderen beïnvloedt, moet je ingrijpen. De groep verwacht dat van je als trainer.

Hoe houd ik de rest van de groep erbij als iemand lastig doet?

Door de groep te betrekken. Stel vragen aan anderen, gebruik werkvormen waarbij iedereen actief is, en geef aandacht aan de hele groep. Laat je niet gijzelen door één persoon.

Beter worden als trainer

Omgaan met groepsdynamiek is een van de moeilijkste en waardevollste vaardigheden als trainer. In de training Leer Training Geven besteden we uitgebreid aandacht aan lastige situaties, groepsprocessen en hoe je als trainer stevig in je schoenen staat.

Bronnen

  1. Korthagen, F.A.J. (2001). Linking Practice and Theory: The Pedagogy of Realistic Teacher Education. Routledge.
  2. Heron, J. (1999). The Complete Facilitator's Handbook. Kogan Page.
Ga naar inhoud
Omgaan met lastige deelnemers in een training